Winterhulp perikelen en de NSB Groep Bergen

Door: Chris Houtman

Als je de voornaamste gebeurtenissen na de Duitse inval in mei 1940 op een rijtje zet, kun je niet anders concluderen dan dat de eerste twee jaar van de bezetting voor de NSB voorspoedig verliepen, ook in Bergen. Het landelijk ledenaantal van de nationaal-socialistische beweging steeg in 1940 en 1941 van 30.000 tot bijna 100.000. Het is niet precies te achterhalen hoeveel leden de NSB Groep Bergen telde, maar als we dezelfde landelijke groeifactor van de NSB van de jaren 1940 en 1941 op Bergen projecteren dan zou de aanhang zich verdrievoudigd moeten hebben ten opzichte van 1939, toen bij de Provinciale Statenverkiezingen 168 Bergenaren op de NSB stemden. Dat aantal stemmers maal drie en dan kom je uit op ruim vijfhonderd personen. Ergo: op een inwonersaantal van 7500, betekent dat een percentage van bijna 7% ofwel een op de veertien Bergenaren.

Een gewiekste manier voor de NSB om zich in Bergen te profileren was de aanvankelijk neutrale inzamelingsactie ‘Winterhulp’, die medio 1940 van start ging. In het begin werd het initiatief breed gedragen, hetgeen blijkt uit het feit dat burgemeester Van Reenen op 1 november 1940 aan de secretaris-generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken verklaarde ‘gaarne bereid te zijn als plaatselijk leider voor de stichting “Winterhulp Nederland” op te treden’, en dat het plaatselijk bureau gevestigd zou worden in het Raadhuis. Op 11 november werden er dertig collectebussen aangevraagd voor de huis-aan-huis actie die op 29 en 30 november zou plaatsvinden, tevens werd een Comité van Aanbeveling gevormd en natuurlijk liet de NSB Groep Bergen deze kans niet aan zich voorbijgaan en stuurde  een brief aan de burgemeester.

‘Edelachtbare Heer,

De Groep Bergen der N.S.B. deelt U hierbij in verband met gedane oproepingen in de dagbladen mede, gaarne medewerking te zullen verleenen voor het werk der Winterhulp. Gaarne zag de Groep dat eenige leden in het betreffende comité zouden zitting kunnen nemen.

Met Nat. Soc. Groet, Hou Zee,

Groepsleider J. Bok’

Op 18 november 1940 reageerde de gemeente schriftelijk dat er twee plaatsen  ter beschikking zouden worden gesteld aan NSB-leden en dat ‘Als zoodanig hebben zitting genomen in het comité de heer G. v.d. Zee en Mej. M.A.C.E. Marinkelle.’ De laatstgenoemde was overigens al actief voor de Winterhulp, net als de latere NSB-burgemeester Jan Fijn, hetgeen moge blijken uit het krantenberichtje in de Alkmaarsche Courant van 2 oktober 1940.

De landelijke inzameling van 29 en 30 november 1940 werd een groot succes. Trots verspreidde het overkoepelend Winterhulp Bureau op 5 december het bericht dat de collecte bijna 600.000 gulden had opgebracht. Bergen droeg daar 1500 gulden aan bij, maar kreeg in de maanden december 1940 en januari 1941 daarvoor 1800 gulden retour om te besteden aan armlastige gezinnen.

En over de verdeling van die gelden ontstond de nodige commotie. In eerste instantie leek alles goed te gaan, zoals blijkt uit de handgeschreven brief van een dankbare Bergenaar die op 9 januari 1940 bij de Winterhulp Bergen binnenkwam:
‘Met deze kom ik u ook in naam van mijn vrouw onze beleefden en hartelijken dank betuigen voor de ruime gift die wij door bemiddeling van “Winterhulp” afdeeling Bergen mochten ontvangen.’

Bij de gemeente viel op 13 januari echter een heel andere brief op de mat, geschreven door een – taalkundig iets  minder onderlegde – bewoner van de Tuindorpweg:
‘Naar aanleiding van de vele oproepingen en aanbeveelings door het Comité Winterhulp Nederland en in de Dagbladen en door de Radio voor inzameling van gelden, voor het Volk, door het Volk en dat deze inzamelingen gehouden worden voor de groote gezin-nen en andere behoeftigen in Nederland heb ik den moed U te schrijven dat zeer veel grooten gezinnen in de gemeente Bergen tot nu toe nog niets ontvangen hebben. (…) Hopende dat U daar eens een onderzoek naar in wilt stellen of de Winterhulp Nederland in de gemeente Bergen aan het doel beantwoordt waarvoor deze in het leven is geroepen.’

Ook mejuffrouw Marinkelle, die als groepsvrouw de leiding had over de Bergense afdeling van de Nationaal-Socialistische Vrouwen Organisatie (NSVO), had zo haar bedenkingen, hetgeen ze op 22 januari 1941 uiteenzette in een pittige brief aan de burgemeester, in diens hoedanigheid als voorzitter van het Winterhulp Comité Bergen:
‘De 3e Winterhulpcollectie staat voor de deur, tenminste, dat blijkt uit de courant. Om een goed slagen hiervan mogelijk te maken moet dit goed georganiseerd zijn. Hoewel ik in het comité zitting heb, aan beide gewezen collectes zeer actief deelnam, hoor ik nog steeds niets. Dit is toch geen organiseren? Van alle kanten krijg ik klachten dat de een niets ontving, anderen daar en tegen f 25,- tot f. 30,- die het minder van noode hadden als anderen. Het is toch zeker een allereerschte vereischte, dat de comitéleden, of een praktisch werkend deel daarvan, weten:

  1. Hoeveel komt er binnen?
  2. Hoeveel kan er worden verdeeld?
  3. Wie komen er in aanmerking?
  4. Wie krijgen het eerst?

Hoeveel krijgen ze? Als leidster der N.S.V.O. verwacht ik van nu af van alles betreffende de Winterhulp op de hoogte te worden gehouden. Met beleefde groeten, hoogachtend, M.A.C.E. Marinkelle’

Van Reenen antwoordde met een kort briefje waarin hij enkele slappe excuses aanvoerde, maar een rel was in de maak. En die ging niet alleen over de verdeling van de gelden, maar ook over de identiteit van de Winterhulp. Was die vooral nationaal-socialistisch of neutraal, zoals Van Reenen voortdurend deed geloven? Op 28 januari 1941 koos de ‘Alkmaarsche Courant’ de zijde van de Bergense burgemeester, die toch wel heel erg zijn best had gedaan om het de NSB naar de zin te maken:
‘Over de Winterhulp Nederland heerscht ook in Bergen nog wel misverstand. Beslist kan echter worden ontkend (…) dat Winterhulp (…) ondergeschikt is aan eenige politieke partij of beweging. Het is zelfs de uitdrukkelijke wensch dat de comités naar verhouding van de bevolking worden samengesteld. Het moet toch ook in Bergen mogelijk zijn dat voor dit sympathieke doel menschen die staatkundig tegenover elkander staan, met elkander samenwerken. Wanneer velen ontstemd zijn omdat naar verhouding het aantal NSB collectanten te groot was en veronderstellen dat deze beweging de nooddruft onder de medeburgers gebruikt om haar invloed te verstevigen dan willen wij in den eersten plaats opmerken dat het niet verstandig is om bij nobele handelingen van an-dersdenkenden lagere motieven te veronderstellen.’

Bijzonder is de foto die ten tijde van de inzamelingsactie voor de Winterhulp werd genomen. Je ziet twee Bergense brandweerlieden, Jan Prins en Piet Oldenburg met een collectebus en een briefje in de hand waarop (amper) leesbaar staat vermeld: ‘Ik moet’. Het collecteren ging dus niet van harte.

Fragment uit het boek ‘Oorlog aan Zee’ van Chris Houtman, dat op 14 september verschijnt ter gelegenheid van de gelijknamige succesvolle locatietheater-voorstelling die vanaf 29 september tot en met 9 oktober in Bergen in reprise gaatOverigens hebben we nog plek voor enkele figuranten! Opgeven via de site: oorlogaanzee.com

Foto 1: Regionaal Archief Alkmaar
Foto 2: Beeldbank Historische Vereniging Bergen

Foto 3: Mussert op bezoek in Bergen, op 1 februari 1941, bij de opening van het Groepshuis aan de Karel de Grotelaan 13. Na afloop was er een gezellig samenzijn in ‘De Rustende Jager’, waar op het terras ook deze erewacht van de WA en de Jeugdstorm stond opgesteld. Foto: Beeldbank WO2-NIOD
Foto 4: Erewacht Jeugdstorm meisjes, bij hetzelfde bezoek van Mussert aan Bergen. Foto: Beeldbank WO2-NIOD

Klik op één van de afbeeldingen voor een vergroting.