Weg met surrogaat: filmzaal en stadion snel paraat!

Door: Paul Hegeman

Weg met surrogaat: filmzaal en stadion snel paraat!

Er zijn maar weinig zaken die de massa wereldwijd zo aanspreken als voetbal en film. Het is dan ook niet verwonderlijk dat beide spektakelfenomenen in een tijd waarin de mensheid zich niet mag verenigen de grootste klappen hebben gekregen. Beide moeten het al geruime tijd zonder hun publiek stellen.

Ook al wordt er bij voetbal nog iets van een schijn opgehouden door de beelden van de 22 spelers in een leeg station te voorzien van een belachelijke geluidsband, die een volle bak moet suggereren. De camera’s mijden daarbij krampachtig de lege tribunes, zodat de tv-kijker het gevoel krijgt dat er helemaal niets aan de hand is en hij met een authentieke match te maken heeft. En dat allemaal om de miljarden die de tv-rechten genereren niet in gevaar te brengen.
De cinema beschikt niet over een dergelijke ontsnappingstruc. De zalen zijn hermetisch gesloten en het scherm staat op wit. Alleen de muizen zorgen bij wijze van nog voor wat reuring. Maar ook bij film moet het kleine scherm soelaas bieden door middel van zogenaamde streaming platforms. Deze zijn evenwel niet minder dan publiekloos voetballen een slap surrogaat voor het authentieke ritueel dat een groot deel van haar magie ontleent aan haar collectieve karakter.

Zowel bij film als bij voetbal zijn het ontwikkelingen die al geruime tijd gaande zijn, maar door de coronacrisis in een stroomversnelling zijn geraakt. Het recente schandaal van de zogenaamde Super League, waarbij de meest poenerige clubs van Europa voortaan hun eigen voetbalfeestje willen vieren om alle beschikbare tv-gelden in eigen zak te kunnen steken, is niet een reactie op de huidige pandemie. De gesprekken daarover waren al jarenlang gaande. De hebzucht van deze clubs kent geen grenzen en zo zagen ze in een tijd waarin de belangstelling voor het wereldgebeuren louter in het teken van Covid-19 staat hun kans schoon om hun onzalige plannen ongeschonden wereldkundig te maken. Die plannen hebben overigens hun voedingsbodem in de Amerikaanse sportindustrie, die, de Amerikaanse samenleving eigen, alles van waarde tot een marktproduct reduceert.

De Amerikaanse cinema is wellicht het meest prominente voorbeeld van dat marktdenken. Als we de wapenindustrie, die de cinema in grootschaligheid nog voorgaat, even buiten beschouwing laten. Was zij ooit een broedplaats voor het beste dat de wereldcinema te bieden heeft, artistiek gezien is zij al decennia lang morsdood. De Hollywood studio’s waren altijd al bezeten van geld maar een zekere liefde voor film kon hen niet ontzegd worden.
Sinds Star Wars in de jaren zeventig uitwees dat computer gegenereerd spektakel een garantie is voor succes, ligt de nadruk hoofdzakelijk op grootschalige spektakelfilms met een eendimensionaal karakter. Het motto luidt immers: geld verdienen, zoveel en zo snel mogelijk. Zelfs de Chinese markt heeft daar aan moeten geloven, getuige wanproducten als Godzilla vs. Kong. Als die ooit nog uitgebracht wordt, zoals de nieuwe James Bond nu al bijna twee jaar is uitgesteld vanwege de coronacrisis. Om uiteindelijk te eindigen op het schavot van de streaming platforms? Want dat lijkt het lot te zijn van het merendeel van de Hollywoodfilms die door de gesloten bioscoop al zo lang op een van gewicht doorzakkende plank liggen. De nood aan de man is inmiddels zo groot geworden dat giganten als Warner en Disney onlangs verklaard hebben bij hun releases prioriteit te verlenen aan hun respectievelijke streamingdiensten en daarbij de bioscopen regelrecht passeren. Een niet eerder vertoonde ontwikkeling die binnen de Amerikaanse filmwereld voor de nodige paniek heeft gezorgd, getuige berichten dat de bioscopen momenteel een ware doodstrijd leveren en hele ketens van multiplexen gesloten worden.

Uit een meer artistieke, cinefiele hoek komen evenwel totaal andere geluiden. Van angst dat de bioscoop door Covid-19 het loodje zal leggen, is daar geenszins sprake. Hoeveel crises heeft de bioscoop c.q. filmtheater immers wel niet overleefd? Dat was al bij de introductie van de tv. Daarop volgden de videoband, de DVD en de platforms. Maar niettemin bleven de bezoekersaantallen tot aan de coronasluiting overal ter wereld maar stijgen.

Hoe snel de bioscopen zich zullen herstellen als zij weer op de oude voet mogen verdergaan, blijft vooralsnog de vraag. Maar dat hij blijft bestaan en gemakkelijk de concurrentie met haar digitale tegenhangers zal kunnen aangaan, lijdt geen twijfel. Want zoals voetbal op tv niet in de schaduw kan staan van het authentieke bijwonen van een wedstrijd, zo gaat er niets boven het magische ritueel van het doven van de lichten in de filmzaal om collectief, ongestoord door de buitenwereld een onbekend universum te mogen betreden.
Overeenkomstig elke revolutionaire omwenteling blijft natuurlijk niet alles bij het oude. Zo heeft het er alle schijn van dat de Amerikaanse standaardproducties hun terrein zullen blijven verleggen naar de streamingdiensten, met als gevolg dat de multiplexen ook in ons land een flinke opdonder zullen krijgen.

De kleinere bioscopen en filmtheaters zullen daarentegen, na uiteraard hun fikse wonden te hebben gelikt, alleen maar voordeel gaan trekken van hun cinematografisch uitgehongerde achterban. Die bovendien niet alleen naar het theater gaat om film en popcorn te consumeren maar daar ook gelijkgestemde geesten wil ontmoeten. Die hun theater zien als een inspirerende ontmoetingsplek, waar films vertoond worden die niet geestelijk doodslaan maar juist nieuwe horizonten verkennen. Waar je door middel van educatie – voor zowel volwassenen als jongeren – leert om met een ander, scherper oog naar film en bijgevolg de wereld te kijken.

De theaters waar ik het hier over heb, zijn doorgaans intimistisch en gelegen in kleinere, vaak landelijke woongemeenschappen. Ze werken op idealistische basis en hebben een welwillend oog voor andere kunst- en cultuuruitingen.
Cinebergen past bij uitstek in die categorie, zoals zo’n 700 andere bij Europa Cinemas aangesloten theaters. Maar zoals ook die theaters in de VS die als reactie op de doodstrijd van de multiplexen ineens als paddenstoelen uit de grond rijzen.

En aan de films zal het niet liggen. Alleen al in Frankrijk wachten er liefst 400 om uitgebracht te worden zodra de theaters weer open mogen. En naar verwachting zal dat net als bij ons eind mei zijn.

Een aantal daarvan heb ik al mogen zien en ik was blij verrast door de hoge kwaliteit ervan. Zo staat Cinebergen te popelen om ze alle zo snel mogelijk te vertonen. Zo jammer alleen dat we daarvoor nog steeds niet de beschikking hebben over een tweede zaal. Dan zou het feest zo dicht tegen ons 25-jarig jubileum in november compleet zijn.

Paul Hegeman