Weer uitstel…

Column: Gerrit Mollema

Het volgende overleg op het gemeentehuis na het uitstel van twee maanden over de renovatie van het Plein en omstreken heeft niet plaatsgevonden, maar het had zomaar kunnen gebeuren.
Drie wethouders die we dus ook maar niet bij naam noemen, zitten in zak en as bij elkaar in een vergaderzaaltje.

Wethouder 1: ‘Daar zijn we weer. Terug bij af.’
Wethouder 2: ‘Nou ja, misschien komt het over acht weken nog goed.’
Wethouder 3: ‘Denk je echt? Dan begint het gezeik opnieuw over rooilijn zus en bezwaarschrift zo. Een metertje hoger hier, een metertje lager daar. En vervolgens komen die oude muppets weer uit hun holen gekropen om naar de Raad van State te hollen. Het kan ze niks schelen dat Bot Bouw met wie we afspraken hebben gigantische claims indient en dat de man achter De 7 Dorpelingen ook nog met een bonnetje komt.’

Wethouder 1: ‘Wat stel je dan voor?’
Wethouder 3: ‘Een rigoureuze oplossing. We houden ’s avonds laat een brandweeroefening in het centrum. Die volkomen misloopt. Waardoor eerst het Parkhotel affakkelt. En dan de rest van de panden die in de planning staan om te verdwijnen. Natuurlijk zorgen we ervoor dat de belendende panden worden gespaard door ze nat te houden.’

Wethouder 1: ‘Wat schieten we daar in vredesnaam mee op?’
Wethouder 3: ‘Luister, de meeste van de beoogde objecten die weg moeten, zijn vast verzekerd tegen brand.’
Wethouder 2: ‘Nou en?’
Wethouder 3: ‘Kijk naar het zwembad De Beeck dat een aantal jaren geleden in de hens vloog. Toen stelde de assurantiemaatschappij volgens mij een ultimatum: als er voor een bepaalde datum niet met de herbouw werd begonnen, zouden ze de verzekeringsmuntjes niet uitbetalen. Daarna verrees in no time, tenminste voor Bergense begrippen, een nagelnieuw sportcomplex.’
Wethouder 2: ‘Allemaal leuk en aardig, maar we kunnen onze brandweerlieden moeilijk voor pyromaantje laten spelen. Zoiets komt altijd uit. En dan zijn we alle drie de lul.’
Wethouder 1: Andere suggesties?’
Wethouder 3: ‘Nou eh… ik heb een vriend die piloot is bij de luchtmacht. Als die nu eens in een afgeragde F16 ’s nachts per ongeluk een bommetje dropt op het Parkhotel?’
Wethouder 2: ‘Dat is een nog dommer plan. Je wilt van het centrum een Oekraïense puinhoop maken.’
Wethouder 3: ‘Ja… ja… Misschien heb je gelijk. Maar als we niks doen, gebeurt dat binnen vijf jaar toch wel.’
Wethouder 1: ‘Ik wacht op een slimmer idee.’
Wethouder 2: ‘Ik bedenk me net iets: de Bakemaflat wordt eindelijk wél afgebroken. Als we die sloopkogel nou eens alle kanten op laten zwaaien…’

Wethouder 1: ‘Onmogelijk. Die bouwvakkers werken overdag. De kans is veel te groot dat iemand uit het publiek wordt geraakt.’
Het blijft even stil.
Wethouder 2: ‘Wat doen we dan?’
Wethouder 1: ‘Wachten. En hopen dat de raad over twee maanden toch een onvoorwaardelijke klap op het plan geeft.’

Wethouder 3: ‘En als dat niet gebeurt?’
Wethouder 1: ‘Dan doen we wat we in dit maffe dorp altijd doen. Nog een halve eeuw wachten…’