Vlaamse Expressionisten in Museum Kranenburgh

Vlaamse Expressionisten in Museum Kranenburgh

Amsterdam 1916: Vlamingen Gustave De Smet en Frits Van den Berghe poseren voor hun schilderijen in Kunstzaal Heystee-Smit. Kort daarna verruilen ze het dure Amsterdam voor Het Gooi. Vanaf dat moment zullen ze meer en meer in expressionistische stijl gaan werken.

Vanaf 17 februari presenteert Museum Kranenburgh een omvangrijke tentoonstelling van Vlaamse expressionisten. De tentoonstelling is een internationale samenwerking van Mudel (Museum van Deinze en de Leienstreek) in België, The Phoebus Foundation in Antwerpen en Museum Kranenburgh. Meer dan zestig werken zijn bijeengebracht rondom topstukken van de drie voormannen van het Vlaams expressionisme,  Gustave De Smet (1877 – 1943), Constant Permeke (1886 – 1952) en Frits Van den Berghe (1883 – 1939). Vanaf de jaren 1920 ontwikkelen zij een eigen vorm van het expressionisme dat gekenmerkt wordt door een krachtig en aards realisme. Hun plompe en ploeterende boeren en vissers zijn odes aan de verbondenheid van mens en natuur, met dynamisch penseel neergezet in typisch-donkere ‘Vlaamse bruinen’. Dit Vlaamse expressionisme slaat aan en verwerft in korte tijd een eigen plek te midden van alle vernieuwende kunststromingen die de vroege 20e eeuw zo’n belangrijk moment in de kunstgeschiedenis maken. Vlaamse Expressionisten wordt feestelijk geopend op zondag 17 februari om 16.00 uur in Museum Kranenburgh, met onder meer een inleiding op de tentoonstelling door de Gentse kunsthistoricus Peter J.H. Pauwels. Vlaamse Expressionisten is te zien t/m 10 juni 2019.

Een nieuwe taal
Klaar met de esthetiek en vrijblijvendheid van het impressionisme wakkeren kunstenaarsbewegingen als Die Brücke en Der Blaue Reiter aan het begin van de 20e eeuw internationaal het vuur aan om de nieuwe taal van het expressionisme te omarmen. Hierin winnen uitdrukkingskracht, kleur en grove penseelstreek het van natuurgetrouwheid, zuiver perspectief en compositorische wetmatigheden.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vlucht een aantal Vlaamse kunstenaars naar Nederland, onder wie Gustave De Smet (1877 – 1943) en Frits Van den Berghe (1883 – 1939). Anderen onder wie Constant Permeke (1886 – 1952) wijken uit naar Engeland. Tijdens deze ballingschap ondergaat hun kunst grote veranderingen.

Gustave De Smet zal tot 1922 in Nederland blijven. “Ik arbeidde door met de wens mij stap voor stap te ontdoen van alle clichés en van alle goedkope kunstgrepen. Voortaan wil ik mij inspannen het innerlijke leven te vertolken, met de grootst mogelijke eenvoud, expressief door de vorm en door de kleur”, schrijft hij.

In Nederland vormen schilders als Jan Sluijters en Leo Gestel een dynamische voorhoede. Een groep avant-garde kunstenaars, waaronder Gestel, vestigt zich in het dorp Bergen en ontwikkelt hier een heel eigen toets en thematiek: de Bergense School. Ook het expressionisme van de Bergense School wordt in Vlaamse Expressionisten verbonden met alle vernieuwende tendensen in de internationale kunstwereld aan het begin van de 20e eeuw.

Marc groet ’s morgens
In de tentoonstelling bevindt zich een bijzonder portret dat Floris Jespers (1889 – 1965) maakte van zijn zoon Marc. Marc is vooral bekend uit het beroemde gedicht ‘Marc groet ’s-morgens de dingen’ (1922) van Paul van Ostaijen (1896-1928). Van Ostaijen bracht in 1918 met zijn essay Ekspressionisme in Vlaanderen als eerste de groep Vlaamse expressionisten kritisch in kaart.

Tentoonstelling De Vlaamse Expressionisten | 17 feb – 10 jun 2019 | Nieuwbouwvleugel  Museum Kranenburgh

Foto: Detail van Droom bij wake, 1926. Olieverf op doek van Frits van den Berghe


In STUDIO CHARLOTTE deelt kunstenaar Charlotte Caspers (1979) haar fascinatie voor het landschap, de natuur en natuurlijke materialen – hout, pigmenten, bladgoud – met de bezoeker. De meeste mensen kennen Caspers als expert in het populaire tv-programma ‘Het Geheim van de Meester’ met Jasper Krabbé. Ze schildert hierin meesterwerken minutieus na, maar de kunst die ze zelf maakt laat ze zelden zien. In de oudbouw van het museum zijn twee zalen ingericht als haar intieme atelier.

Proefjes met papier, pigment en bladgoud
Caspers studeerde kunstgeschiedenis en schilderijenrestauratie, maar het had ook natuurkunde of biologie kunnen zijn. Met bijna microscopische belangstelling bestudeert ze de natuur en ontleedt ze de processen die zich hier afspelen. In schilderijen en collages, maar ook in proefjes, probeersels en bijschriften doet ze verslag van haar onderzoek, dat nooit af lijkt. Haar drive om dingen te doorgronden vertaalt zich het ene moment in een hyperrealistisch geschilderd takje, het ander moment in de totale abstractie van enkel gekleurde vlakjes. Uit alles spreekt de fascinatie voor natuurlijke materialen, hun texturen en gedragingen in de tijd. Stukjes 17e-eeuws papier of een het paneel van een oude koorbank krijgen bij Caspers een tweede leven, met de natuur als leverancier van de benodigde pigmenten en materialen. Ze woont en werkt in Bergen, praktisch naast het bos waar ze haar grondstoffen vindt.

Workshops
Charlotte Caspers gaat gedurende de tentoonstellingsperiode ook live aan de slag in Studio C-schilderworkshops voor kinderen. Op zondag 10 maart 2019 gaat de eerste van een serie Studio C-workshops voor kinderen van start. Houd de website in de gaten voor meer data.


Vanaf 17 februari 2019 presenteert Museum Kranenburgh een omvangrijke tentoonstelling van Vlaamse expressionisten. De tentoonstelling is een internationale samenwerking van Mudel (Museum van Deinze en de Leienstreek) in België, een buitenlandse privécollectie en Museum Kranenburgh. Meer dan zestig werken zijn bijeengebracht rondom topstukken van de drie voormannen van het Vlaams expressionisme,  Gustave De Smet (1877-1943), Constant Permeke (1886-1952) en Frits Van den Berghe (1883-1939). Vanaf de Jaren 1920 ontwikkelen zij een eigen vorm van het expressionisme dat gekenmerkt wordt door een krachtig en aards realisme. Hun plompe en ploeterende boeren en vissers zijn odes aan de verbondenheid van mens en natuur, met dynamisch penseel neergezet in typisch-donkere ‘Vlaamse bruinen’. Dit Vlaamse expressionisme slaat aan en verwerft in korte tijd een eigen plek te midden van alle vernieuwende kunststromingen die de vroege 20e eeuw zo’n belangrijk moment in de kunstgeschiedenis maken.

Vlaamse Expressionisten wordt feestelijk geopend op zondag 17 februari om 16.00 uur in Museum Kranenburgh en is te zien t/m 10 juni 2019.

Een nieuwe taal
Klaar met de esthetiek en vrijblijvendheid van het impressionisme wakkeren kunstenaarsbewegingen als Die Brücke, Der Blaue Reiter en de Futuristen aan het begin van de 20e eeuw internationaal het vuur aan om de nieuwe taal van het expressionisme te omarmen. Hierin winnen uitdrukkingskracht, kleur en grove penseel het van natuurgetrouwheid, zuiver perspectief en compositorische wetmatigheden.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vlucht een aantal Belgische kunstenaars naar onder meer Nederland, waar ze vallen voor de ‘wilde’ kunst van hun in expressionistische stijl werkende vakbroeders. Zo ook Gustave de Smet, die hier tot 1922 zal blijven. “Ik arbeidde door met de wens mij stap voor stap te ontdoen van alle clichés en van alle goedkope kunstgrepen. Voortaan wil ik mij inspannen het innerlijke leven te vertolken, met de grootst mogelijke eenvoud, expressief door de vorm en door de kleur”, schrijft hij.

In Nederland vormen schilders als Jan Sluijters (1881-1957) en Leo Gestel (1881-1941) een dynamische voorhoede. Een groep avant-garde kunstenaars, waaronder Gestel, vestigt zich in het dorp Bergen en ontwikkelt hier een heel eigen toets en thematiek: de Bergense School. Ook het expressionisme van de Bergense School wordt in Vlaamse Expressionisten verbonden met alle vernieuwende tendensen in de internationale kunstwereld aan het begin van de 20e eeuw.

Marc groet ’s morgens de dingen
In de tentoonstelling bevindt zich een bijzonder portret dat Floris Jespers (1889-1965) maakte van zijn zoon Marc. Marc is vooral bekend uit het beroemde gedicht Marc groet ’s-morgens de dingen (1922) van Paul van Ostaijen (1896-1928). Van Ostaijen bracht in 1918 met zijn essay Ekspressionisme in Vlaanderen als eerste de groep Vlaamse expressionisten kritisch in kaart.

Tentoonstelling De Vlaamse Expressionisten | 17 feb – 10 jun 2019 | Nieuwbouwvleugel  Museum Kranenburgh


Foto: werk Matthieu Wiegman, Susanna, 1927.

Bergense School
Bergen oefent al meer dan een eeuw grote aantrekkingskracht uit op kunstenaars. Schilders als Piet van Wijngaerdt, Matthieu Wiegman, Dirk Filarski, Toon Kelder, Else Berg, Arnout Colnot en Jaap Weijand vonden elkaar in hun liefde voor de landelijke omgeving, de duinen en het zeelicht. Hun werk toont parallellen in thematiek, palet en penseelvoering, wat getuigt van grote wederzijdse inspiratie. Samen vormen zij de Bergense School, met Leo Gestel als onbetwiste grootmeester. Zij schilderen bij voorkeur het landschap, karakteristieke plekken en stillevens, maar uiten op het doek minstens zo vaak hun vriendschap en verbondenheid met elkaar en met hun vrienden, familie en bewonderaars.

Voor meer info klik u hier.

Klik op één van de afbeeldingen voor een vergroting.

Vlaamse Expressionisten in Museum Kranenburgh Vlaamse Expressionisten in Museum Kranenburgh Vlaamse Expressionisten in Museum Kranenburgh Vlaamse Expressionisten in Museum Kranenburgh