Lijn 410, de buurtbus tussen Camperduin en Egmond aan Zee, een goed bewaard geheim (5): de Prins Hendrikstichting

Door: Gerard Kohler

Start en eindhalte voor de Egmondse chauffeurs is de Prins Hendrikstichting in Egmond aan Zee. Voor mij is het een tussenstop en is er gelegenheid voor de plaspauze.

Laat ik voordat ik over de stichting vertel eerst een wijdverbreid misverstand wegnemen. De stichting en straat zijn vernoemd naar prins Hendrik, de jongere broer van koning Willem III. En dus niet naar prins Hendrik, de gemaal van koningin Wilhelmina. Die heeft wel een straatnaam in Bergen en ik ken een enigszins gewaagd verhaal over hem. Dat komt zodra ik halte Bickerslaan aan doe. Deze Hendrik bezat namelijk ooit jachtverblijf villa de Elzen aan de Boschmansweg in Schoorl. U weet het maar vast.

Wij allen zouden dit natuurlijk gewoon kunnen weten, korte beschrijving van wie, wat en waarom toen dat nog gewoon op de straatnaambordjes stond. Dat zie je helaas in steeds minder plaatsen. Is het angst voor woke? Ik denk het. Maar wat is er mis met te weten waarom in een dorp als Bergen een laan naar Karel de Grote is vernoemd, er een Bloedweg in Egmond is en waarom de Eeuwigelaan geen Doodweg meer heet? Ik weet het. De chauffeurs weten het.

Maar goed, onze Hendrik, die van de stichting, de broer van Willem. Over die twee is ook een feuilleton te schrijven. De huidige soap rond William en Harry verbleekt erbij. Even een paar feiten: Willem wilde helemaal geen koning worden. Verbleef liever in de bordelen van Parijs. Op de dag dat zijn vader Willem II stierf nam Willem, die erbij was, gehaast een koets naar Engeland om daar langdurig te verblijven. En dat was niet omdat hij voor het koningschap vluchtte. Dan stierf nog weer later de kerngezonde prins Hendrik plotseling aan de mazelen. Dat je daaraan als volwassene dood ging, was zelfs in de negentiende eeuw uitzonderlijk. Hendrik was wel een van de rijkste mensen in Nederland, zijn broer Willem III zat op zwart zaad en was erfgenaam. Dit zijn de feiten. “Een goed verhaal is altijd beter dan de feiten”, zei brouwerij-autoriteit Fred Krop eens tegen mij. Ik twijfel nog steeds of dat nou een compliment was.

Maar goed, ik denk dat Arthur Japin gewapend met deze feiten wel een mooie historische roman zou kunnen schrijven. Of misschien een voormalige local als Saskia Noort een heuse “whodunit” thriller.
Tot nu toe zijn er een slechts een paar historische werken waarin de kwestie zijdelings langs komt. Helaas niet zo lekker leesbaar. Maar het is lastig, dat erken ik. Er ontbreken nogal wat stukken in het Koninklijk Huisarchief over de kwestie die er volgens de inventaris wel zouden moeten zijn. Ook dat is een feit. Hierdoor zijn de historici wel weer heerlijk verdeeld in twee kampen. Ik zou er naar uitzien zo’n thriller. Want Kate en Meghan dat geloof ik nu wel.

Nabij de Stichting wordt trouwens ook het voormalige stationsgebouw gerestaureerd. Niet met subsidie, nee gewoon door een paar enthousiaste jonge mensen. Je ziet dat wel meer. Vooral in de Hoef. Loop eens over de Slotweg en verbaas je erover hoe dit bouwen allemaal heeft kunnen gebeuren. Waarschuwing: kijk vooral niet achter de huizen, de aanbouwtjes en geveltjes beschadigen het netvlies. Het zijn veelal buitenstaanders, Amsterdammers, Hagenezen, Rotterdammers die met veel liefde en kennis nu gebouwen opknappen en in oude staat herstellen. Ik snap ook wel dat je daar de centen voor moet hebben, maar denk dan zoveel beter dan de pronkbunkers die de laatste decennia aan de Eeuwigelaan worden neergekwakt.
Maar ik dwaal af, aan de Eeuwigelaan zijn twee haltes. Dat komt allemaal nog. Dat afdwalen komt vooral doordat het een beetje spitsroeden lopen wordt nu. Laat ik het maar opnieuw bij de feiten houden. Prins Hendrik was de oprichter van Billiton. Werd schatrijk door en in onze koloniën. Hij verbleef in Aruba, Bonaire en Suriname toen daar nog gewoon slavernij was. Maar hij stichtte dus ook de later naar hem vernoemde Prins Hendrikstichting. Waarom?

In de negentiende eeuw kampte Egmond aan Zee met talloze epidemieën. In 1866 cholera, in 1871 typhus. Aan die laatste ziektegolf bezweken veel jonge vissers. Veel vrouwen, kinderen en ouderen raakten aangewezen op de armenzorg. Collectes en loterijen werden gehouden om in hulp te voorzien. In 1873 was door de loterij uiteindelijk voldoende geld verzameld om een gesticht voor ouden van dagen op te richten. Hendrik had het grootste deel van de loten gekocht en paste een tekort nog weer bij. Er werden regenten aangesteld en in 1875 opende het gebouw. Dat in het begin aan zeven mensen plaats bood. Meer kon niet vanwege geldgebrek. Overigens waren de eerste bewoners niet afkomstig uit Egmond. Vier uit Amsterdam, twee uit Den Helder en één uit Rotterdam. Er kwamen meer geldschieters en meer bewoners. Ook buitenlanders die op Nederlandse schepen hadden gevaren, konden er na enige tijd terecht. In 1884 meldden zich een Duitser, een Zwitser en een Deen. Er volgden verbouwingen en in 1931 werd het huidige monumentale gebouw geopend.

Daar kom ik om de twee weken. Om te plassen, maar vooral voor het museum. Al die zeelieden hebben een indrukwekkende collectie bijeengebracht. Het is vrij toegankelijk, het is een geweldige ervaring. Telkens weer.