Lijn 410, de buurtbus tussen Camperduin en Egmond aan Zee, een goed bewaard geheim (2)

Door: Gerard Kohler

Als ik de route lineair volg komen de Egmonders zo pas rond de komende jaarwisseling aan bod. Dat kwam mij ook wel goed uit. De meeste urban stories uit Groet en Schoorl ken ik wel. Ik woonde daar bijna twintig jaar en was betrokken bij de voetbalclub. In Bergen groeide ik op. Daar kan ik een boek over schrijven. Maar daar zijn al zoveel boeken over, het zou weinig toevoegen. Uitgeverijen Conserve en Pirola hebben nogal wat gepubliceerd over onze regio. En er zijn ook talloze boeken over beroemdheden als Roland Holst, Lucebert en Ans Wortel. En over Bergen schreven Saskia Noort, haar neefje Jan Roos, Adriaan van Dis, Joost Zwagerman en ga maar door. Dat zit wel goed. Ze komen allen nog aan bod als de bus de Bergense haltes aan doet.

Met Egmond ben ik dus wat minder bekend. Ik maak me daarover weinig zorgen. Tegen de tijd dat ik het Karmel-klooster nader weet ik genoeg. Het Proeflokaal van brouwerij Egmond aan de Slotweg is mijn stamkroeg en brouwerijgids Fred Krop heeft mij toegezegd mijn hiaten over de Hoef en Egmond Binnen aan te vullen.

Over Derp maak ik mij echter in het geheel geen zorgen. Daarover weet ik veel. Ik ken namelijk nogal wat Derpers. En als ik ze spreek, weet ik het gespreksonderwerp gauw te leiden naar die ene historische gebeurtenis. Egmond Pier Egmond 2004. De dag dat mijn team het Derpse team versloeg. Eenmalig, maar toch. Het is een heldenepos. Telkens weer. De namen van de tegenstanders ken ik nog uit het hoofd. De huidige internationaal beroemdste Derper Ewoud de Groot was erbij. Ik spreek hem nog wel.
Een paar keer per jaar. Maar de laatste tijd vaker over zijn kunst en ook wel over politiek. We zijn ondanks de nederlaag die hij leed goed met elkaar. We trainden ook voorafgaand aan de wedstrijden gewoon samen op het strand. Misschien zijn we zelfs enigszins bevriend. Voor zover je als niet-Derper dan met een Derper bevriend kan raken. Zelfs immigranten die al jarenlang in Derp wonen, moeten bij het slepen van de vissersbootjes van het strand achteraan in de rij sluiten bij het weghalen door de tractors. Ik ken tenminste één import Derper, en hij woont er echt al ruim 50 jaar, die inmiddels maar een eigen tractor heeft aangeschaft.

Afgelopen weekend was het dan weer zover. Na twee jaar coronareces. EPE en de halve. Aan de halve heb ik vaak meegedaan. Dat was in de jaren tachtig. De tijden van Marti ten Kate en Gerard Nijboer. In de jaren zeventig liep ik ook wel hard. Maar als junior. Honderd meter was mij ver genoeg toen. Maar als we naar Trias in Heiloo gingen, was daar altijd die imposante Derper. Met een grote zwarte baard. De Zwarte Bijl noemden ze hem met ontzag.
Vijf en de tien kilometer deed hij. Op de sintelbaan. Ik heb hem nooit zien verliezen. Wel dat hij het hele veld dubbelde. Ik denk dat het 1978 was. Dat jaar won hij ook de eerste halve marathon van Egmond. Ons kenners verbaasde dat niets, het was geen toevalstreffer. Hij was de grote favoriet. Onze held. Dit jaar is dan eindelijk een standbeeld voor hem opgericht. Zo als hij was. Niet zo’n lullig klein kabouterbeeldje zoals van Roland Holst tegenover de Ruïnekerk in Bergen. Waarvan het me overigens verbaast dat het er nog staat. Jani was toch een beetje de Harvey Goldstein van de Heerlijkheid. Maar daarover later. Overigens won Marja Wokke in 1973 bij de vrouwen. Een geboren en getogen Bergense. In mijn ogen een nog grotere heldin dan de Zwarte Bijl. Veel succesvoller ook. De 1:19.45 die Marja in 1978 op de halve liep, was een wereldprestatie. De eerste keer dat een vrouw de barrière van de 1.20 doorbrak. Zij verdient ook een standbeeld. Op het nieuw in te richten Plein wat mij betreft. Maar daar kom ik op terug als de bus centrum Bergen aan doet.