Lezers met een mening: Julia Bakker

Het Hertenkamp

Er is veel te doen om het verdwijnen van herten uit het hertenkamp. Een hertenkamp zonder herten, dat is natuurlijk ook nogal tegenstrijdig. Hoe gaan we het dan noemen, een kamp? Dat klinkt weer wat luguber. Het zal u niet verbazen, maar ik vind er wat van.

Eerst even terug naar de kern, waar gaat dit verbod ook al weer over? Het heeft te maken met de invoering van de positieflijst, een lijst van diersoorten die toegestaan zijn als huisdier, of kampdier in dit geval. Deze lijst probeert men al op te stellen sinds de jaren negentig, maar belangenorganisaties werken de vordering al jaren tegen. Deze organisaties bestaan uit hobbyisten en handelaren.

Als we het iets ingewikkelder maken, speelt het onderscheid tussen wilde dieren en gedomesticeerde dieren een belangrijke rol. Wilde dieren zijn dieren die genetisch niet afwijken van hun wilde soortgenoten. Gedomesticeerde dieren zijn genetisch aangepast om met mensen te leven. Een hond is geen wolf meer en een varken ook geen wild zwijn. Een papegaai is nog wel een wilde papegaai en hetzelfde geldt voor een kameleon. Het damhert is volgens experts onvoldoende gedomesticeerd.
Niet ‘gemaakt’ om close met mensen te zijn. Dat resulteert in twee uitkomsten: een onprettige situatie voor het dier en een gevaarlijke situatie voor de mens. Aanvankelijk werd de lijst opgesteld vanuit het oogpunt van dierenwelzijn. Een otter bijvoorbeeld, komt simpelweg niet aan zijn behoeften in een badkuip. Dit resulteert in chronische stress en psychische mankementen, maar ook in lichamelijke problemen, bijvoorbeeld door slechte voeding en weinig bewegen.
Wat bleek? Dit argument interesseerde vrijwel niemand. We hebben er maling aan wat er in die dieren omgaat, wij vinden ze leuk. Dus gooit de politiek het nu over een andere boeg, veiligheid. Het zou voor onveilige situaties kunnen zorgen als wij wilde dieren houden. Toegegeven: als het gaat om een leeuw of een krokodil zal iedereen dit snappen. Een onveilig hert, dat gaat er moeilijk in. En dat snap ik, ik heb nog nooit iets onveiligs meegemaakt bij een hertenkamp.

Maar wat als je het de herten zelf zou vragen? ‘‘Ja, ik krijg op zich goed te eten, maar ik loop al tien jaar hetzelfde kutrondje.’’ Alle dieren hebben driften en daar kunnen ze niks aan doen. De drang om te migreren is bij herten enorm, maar het kan niet. Herten zijn van nature schuw en worden in gevang gedwongen 24/7 blootgesteld aan mensen, echt vluchten is er niet bij. Daar hoort het debat over te gaan.

Een papegaai in een kooitje is nog veel zieliger, ja hoor eens, maar het is geen wedstrijd hè? En een hond dan of een kat? Die zijn dus geestelijk aangepast op het leven met mensen en de driften worden vervuld met andere activiteiten.

Wij mensen vergeten dat we altijd vrij kunnen migreren. Alleen een (ex)gedetineerde weet hoe opsluiting voelt. Probeer je voor de verandering écht in te leven in de wereld van een hertenkamphert en vraag je af wat het met jou zou doen.

Of heb je maling aan dat hert, omdat jíj zoveel leuke jeugdherinneringen aan het hertenkamp hebt?