Lezers met een mening: Haye van der Werf

Reflectie op de nieuwe Cultuurnota gemeente Bergen

Lezers met een mening: Haye van der Werf

Een Bergense ‘Castell’ voor de cultuur in 2021-2024. Reflectie t.b.v. de nieuwe Cultuurnota gemeente Bergen.

Het metaforische karakter van de titel is ingegeven door een opmerking van Maarten Duinker (ambtenaar cultuur) die – refererend aan de nieuwe Cultuurnota in een vergadering van het Cultureel Platform Bergen – opmerkte: “Wat is de betekenis van Bergen als kunstenaarsdorp voor de volgende generatie: leunen op de schouders van de Bergense School of vernieuwing nastreven?”
Dat deed mij spontaan denken aan, het fenomeen van de ‘Castells [kəsˈteʎs’] oftewel menselijke piramiden in Catalonië.
Dat ‘toren bouwen’ begon ooit (1712) in Valls, een klein dorp voor de Catalaanse kust.
Het principe van die torenbouw en – daaraan gekoppeld de terminologie – kan een leidraad zijn om het culturele leven in de komende periode te schetsen en de rol van participanten te duiden.
Niet voor niets wordt de onderste laag in de Castell de ‘Pinya’ genoemd, letterlijk: de dennenappel.
De Pinya heeft een vaste structuur, om de stabiliteit en dus de continuïteit en veiligheid te waarborgen. De uitdrukking “pinya vormen” (fer pinya) is synoniem geworden voor samenwerken, een team vormen dat aan één zeel trekt.
De spits is de ‘Pom de dalt’ (het boeket).
Het kasteel is af wanneer de enxaneta staat en met de hand de aleta maakt (wuift) of, tegenwoordig steeds vaker, een Catalaanse vlag ontvouwt. Van de klimmers van de Pom de dalt wordt een bijzonder hoge concentratie gevraagd: ze zijn uit praktische overwegingen de lichtste en daardoor meestal ook de jongste van de troep en ze moeten in de feestelijke stemming van de vaak uitgelaten massa rond de ‘Pinya’, zonder aarzelen naar boven klimmen.
Daarmee staan ze voor souplesse, beweeglijkheid en – jaarlijks wisselend – voor vernieuwing. Tegelijkertijd staan ze respectvol op de schouders van hun ‘voorgangers’.
(zie Wikipedia).

Makkelijk valt in deze metafoor de verschillende aspecten van de lokale cultuur te ontdekken. Maar daarover later meer. Eerst maar even mijn analytische terugblik op de ontwikkeling van het culturele leven in de gemeente Bergen.
Terugblik en verder
Laat ik voorop stellen dat ik waardering heb voor veel (maar niet alles) wat er in het verleden is tot stand gebracht en wat er is gedaan aan beleidsmatige ondersteuning.
Maar nu gaat het om de lijnen naar de toekomst en de kwaliteit in de komende jaren.
Ben overigens allereerst benieuwd of daartoe de oude notitie “Kunst in ‘t Hart” wordt geëvalueerd.
Weliswaar zijn sommige van de daar genoemde doelstellingen (deels) bereikt maar een en ander nalezend is ook nog veel niet bereikt .
Tezelfdertijd is er m.i. onevenredig veel aandacht besteed aan een deel van één van de daar genoemde doelstellingen te weten: ‘Versterking van de samenwerking tussen de cultuur en andere beleidsterreinen zoals Economie, Toerisme (—) “.
Wat m.i. een beetje dreigt is dat Bergen teert op ‘oude roem’ en relatief grootschalige evenementen of locaties als de Kunst10Daagse, Jazz en Sail, TIHMS en Kranenburgh.
De invulling van het begrip “Kunstenaarsdorp” wordt veelal gebaseerd op het verleden en wordt vooral gehanteerd om bezoekers van elders te trekken en daarmee de lokale horeca en middenstand te ondersteunen.
Bovendien versmalt de term de gemeente tot het dorp Bergen en gaat voorbij aan de culturele kwaliteiten van de overige kernen.
In de sfeer van educatie en het betrekken van scholen wordt weliswaar door o.m. cultuurcoaches veel goed werk verricht maar pogingen om de bevolking, anders dan ‘consument’, bij de cultuur te betrekken zijn schaars.
Dat je daartoe beleid kunt ontwikkelen is voor mij evident.
Graag verwijs ik in dat kader naar de noodzaak van diversiteit, variatie, inclusiviteit, stimulering van jeugdig en nieuw talent en de bijdrage van cultuur aan de voorkoming van polarisatie.
Elders zie je daartoe aanzetten en voorbeelden van geslaagde pogingen. Zie o.m. Amsterdam en het advies van de Amsterdamse Kunstraad. “De volgende stap”.
Natuurlijk: de schaal is hier anders, de problematiek niet hetzelfde maar ook in Bergen zijn er nieuwe initiatieven (zie de Brandweerkazerne, Kunstgetij bewoners van Jong Nederland als Steven de Peven, Jasmijn Snoyink en Sjoerd Kaandorp, Tom Trago, Ideeën rond de AMARA Hoeve, Slot Egmond , Vredeskerkje, Ecodorp etc.) die nadrukkelijk pogen de diversiteit, de inclusiviteit en de innovatie te vergroten.

Opmerkelijk is tevens dat waar de (politieke en maatschappelijke) polarisatie in Bergen sterk is toegenomen en zelfs onderwerp is geworden van landelijke publiciteit (‘De Opstandelingen’) vertegenwoordigers uit de culturele hoek niet of nauwelijks een bijdrage leveren aan de discussie, de beeldvorming over en weer en de ‘apaisering’ van de onderhuidse spanningen (gebaseerd op misinformatie en vooroordelen) tussen kernen.
Zou spannend zijn vanuit de voormalige gemeenten eens een (cabaretesk) drieluik te programmeren om de onderlinge kennismaking te intensiveren.
Al met al zou ik graag zien dat het cultuurbeleid leidt tot een actualisering en verbreding (naar alle kernen) van het begrip ‘Kunstenaarsdorp”.
Niet langer een fletser wordend uithangbord verwijzend naar het ‘rijke verleden’ maar juist het affiche van een vitaal bruisend heden waarbinnen (jonge) kunstenaars en de bevolking zelf niet consumptief maar producerend nieuwe inhoud geven aan het imago.
Het is misschien een beetje ‘out-of-the-box’ denken maar m.i. de moeite waard en noodzakelijk om te voorkomen dat we in een soort reservaat van zelfgenoegzame cultuurconsumenten verzeild raken.
Bergen heeft door zijn inwoners en de gebeurtenissen in het verleden (Jan Wolkers in de Rustende Jager, Lucebert in de hermelijnen mantel in het Stedelijk, de volksoploop in het St. Jansgebouw toen de toenmalige burgemeester de Ruyter Kranenburgh had verzegd aan Ans Wortel, de woede van Jacques Brel na zijn optreden in de Pilaren, de prenten van Hans van Draanen etc.) ooit een imago van rellen en ophef gekend.
Nu overheersen de gezapigheid, de aantrekkelijkheid voor keurige cultuurconsumenten en de economische voordelen van euro’s spenderende bezoekers.
Als het om dynamiek gaat, een beetje controverse en vernieuwing zou het wel een onsje meer kunnen zijn!

Dat geldt temeer nu de Coronacrisis haar sporen achterlaat.
Citaat uit de notitie “Onderweg naar Overmorgen” (Naar een wendbare en weerbare culturele en creatieve sector) van de Raad voor Cultuur.
“Op lokaal niveau slaan kunstenaars en organisaties de handen ineen om het culturele ecosysteem (zowel voor professionele cultuuruitingen als voor cultuureducatie en – participatie) binnen de grenzen van wat mogelijk is zo goed mogelijk te laten blijven functioneren, en om zo snel mogelijk oplossingen te vinden voor problemen die sectorbreed worden gevoeld. Rendabel is dat echter nog lang niet, en de stemming in de sector is in het beste geval gelaten, vaak echter wanhopig, boos of droef.”

Die stemming zou toch, juist in het Bergense niet moeten overheersen.
Dus: moedig voorwaarts en niet versagen!
Maar wie moeten dat dan doen ?
Gemeentelijk beleid en een gezamenlijk inspanning van niet al te bange cultuurinstellingen zouden daar een bijdrage aan kunnen leveren.
Wat let ons!
Terugkerend naar de metafoor van het fenomeen ‘Castell’ zou je zelfs de lagen kunnen onderscheiden:
– De gevestigde instituten (zie de leden van het CPB) als de Pinya, de
Dennenappel die de basis vormen van het culturele leven in de gemeente.
Zij hebben ook post-corona recht op een zodanige subsidiëring dat zij –
gecombineerd met een taakstelling voor inclusiviteit, diversiteit en eigen
inkomsten – verder kunnen.
Maar dan wel een herstelplan 2021 e.v. met hybride en digitale manieren van
programmeren en het verkennen van nieuwe verdienmodellen.
Zo verdient het KCB m.i. meer ondersteuning om vooral jonge kunstenaars te
rekruteren als lid, adequate tentoonstellingsfaciliteiten te bieden en literair
talent en ontwikkelingen op het gebied van video/nieuwe muziek etc. te
stimuleren en een podium te geven.
Maar daar kan dus best, naast subsidieverstrekking, een taakstelling aan
worden gekoppeld.

– Voor de tussenlagen van de culturele ‘menselijke pyramide’ parafraseer
ik graag Maxim Februarie: “we kunnen niet eeuwig blijven stilstaan bij wat
ons dierbaar is. Nadat we het oude tot ons hebben laten doordringen,
moeten we zelf aan iets nieuws beginnen. De toekomst vraagt het. (–)
Onervaren. Opgewekt.”
Dit ‘beginnen aan iets nieuws’ betreft vaak de kleinere initiatieven in de
gemeente. Nog niet toegetreden tot het establishment van het CPB maar wel
intensief en enthousiast bezig met de ontwikkeling en institutionalisering van
culturele uitingen.
Nu het virus wellicht binnenkort wordt verslagen, breekt voor die
cultuur in Bergen zo een nieuwe tijd aan.
Maar herstel kan niet zijn: terug naar het oude. De crisis heeft, ook in de
culturele sector, lacunes blootgelegd die om veel ingrijpender aanpassingen
vragen.
Op dit niveau zijn er al veel initiatieven die steun en facilitering verdienen.
Zie o.m. kleinschalige activiteiten in de Egmonden, Schoorl en Bergen aan
Zee.
– De top van de Castell bestaat uit de ‘exanata’, die uiterst geconcentreerd en
flexibel het hoogste punt hebben bereikt en daar de vlag ontplooien.
Zij zijn jong, wisselen haast jaarlijks en kunnen overigens rekenen op veel
steun uit het omringende publiek.
Die creatieve input en die adaptieve vermogens van de jeugd kunnen,
binnen de culturele sector, belangrijke innovatieve factoren zijn.
Maar dan moeten er ook plekken zijn waar jongeren de baas zijn over
wat er op de locatie gebeurt en waar zij zich waardevol kunnen
ontwikkelen.
Noem het ‘broedplaatsen’, ‘fieldlabs’ of ‘vrijhavens’ en benut daarvoor
leegstaande gebouwen, gemeentelijke landerijen of via huurvrijstelling deel
van bestaande instituten.
Dit alles omdat het, meer dan ooit, van belang is lokaal (live) een breed en
divers publiek te zoeken.
Zo kunnen op lokaal niveau kunstenaars en organisaties samenwerken om het culturele ecosysteem (zowel voor professionele cultuuruitingen als voor cultuureducatie en -participatie) in samenhang en zo goed mogelijk te laten functioneren. Zo oplossingen zoekend voor problemen die door de lagen heen worden gevoeld. Geen ´Toren van Babel´ maar een gemeentelijk `Castell`!

< niet dit maar dat >

Verschillende overheden (Rijk, provincie, maar vooral de gemeente) hebben daarbij een voorwaardenscheppende en deels een prestatie-stellende taak.
Zij verschaffen het plein waarop de culturele piramide wordt gebouwd,
de faciliteiten die de uitvoering mogelijk maken en het platform waarbinnen een betere afstemming tussen de overheid en het culturele veld kan plaats vinden en gezamenlijk de schouders kunnen worden gezet onder de
culturele en creatieve problemen of behoeften die in de gemeente leven.
Daarbij is de dringende voorwaarde dat eenieder de noodzaak van de transitie
onderkent en onderschrijft en bereid is het oude op te geven voor een nieuwe inspirerende werkelijkheid.
Om nogmaals de Raad voor de Cultuur te citeren:
“Het crisisvraagstuk is een transitieopdracht geworden om ten eerste de sector zélf wendbaar en weerbaar te maken, en ten tweede de culturele en sociale ontmoeting in de samenleving weer mogelijk te maken.”

Tenslotte een enkele praktische opmerking

In het voorgaande trachtte ik de staat van het Bergense culturele leven enigszins te duiden en suggesties te doen voor de richting in de komende jaren.
Maar dat laatste vereist ook enige concretisering. Als was het maar ter verlevendiging van de discussie.
Welaan:
– Het Cultureel Platform Bergen is òf een coördinerende
(uitvoerings-)organisatie van culturele instellingen òf een onafhankelijk
adviesorgaan voor de gemeente (Ontwikkeling van cultuurvisie – bijdrage
voor nieuw cultuurbeleid 2021 – 2023).
Een dubbelrol in deze moet worden voorkomen.
– Als er al een CPB als coördinerend orgaan blijft bestaan dan denk ik eerder
aan een ‘netwerkorganisatie’ met een lage toegangsdrempel gebaseerd op
(voorgenomen) culturele activiteiten en niet zozeer gevestigde belangen.
Criteria voor toelating zijn eerder kwalitatief (innovatief, divers etc.)
dan kwantitatief en/of institutioneel van karakter.
– Naast de institutionele subsidiëring van enkele instellingen is een
gemeentelijk subsidiebeleid gewenst waardoor nieuwe initiatieven gericht op
inclusiviteit, diversiteit en nieuwe kunstvormen worden uitgedaagd
aanvragen te doen.
Die regeling moet op een toegankelijke wijze (sociale media etc.) onder de
aandacht worden gebracht van jonge, nieuwe intreders in het lokale
culturele domein.
– Waarom is er nog geen route langs interessante gebouwen in de gemeente
(historische huizen, ateliers etc.) voor e-bikes met een begeleidende app en
begin- en eindpunt bij Kranenburgh?
(Parkeerterrein aan de overkant iets uitbreiden, fietsenverhuur aldaar etc.)
Zie hieronder.
– Het gebied omsloten door de Kranenburgh, Hoflaan, Maesdammerlaan,
Sluislaan, Mosselbuurt en Eeuwigelaan moet getransformeerd worden tot
“ Duurzaam Cultuurpark Kranenburgh, ’t Hof”.
In aansluiting op de bestaande voorzieningen (museum, Cinébergen,
de Hoftuin etc.) zouden de paden en de bewegwijzering kunnen worden
verbeterd en faciliteiten geschapen voor concerten, biomarkten etc.
Zie o.m. Park Sonsbeek, Vondelpark etc.

Haye van der Werf
[email protected]