Katten…

Door: Juul Bakker

Met dierendag om de hoek lijkt het mij een mooi moment om de kat eens flink op het spek te binden. Of liever: aan de schandpaal te nagelen. Mensen zijn dól op hun katten en ik vind daar wat van.

De hamvraag is namelijk: WAAROM?! Mijn onbegrip voor deze eenzijdige ‘love-affair’ is zo groot, dat ik nu mijn tijd zit te verspillen aan dit thema. Katten zijn namelijk in mijn optiek bijzonder onaardig, zeg maar gerust klootzakken.
Wat een super onpopulair gedachtegoed, ik weet het. En toch weet ik dat ik medestanders heb, er rust gewoon een taboe op. Elke kat die in mijn leven is geweest heeft op een zeker moment zijn klauwen in mij geslagen. Wat heb ik gedaan om dat te verdienen? Niks. ‘Speels’, ‘chagrijnig’, ‘raar’ of gewoon omdat het kan. Of omdat je langsloopt, eten in je handen hebt, de trap op loopt, etc.

‘Maar mijn kat is ook dol op mij.’ Is dat zo? Want een van de dingen die wij interpreteren als kattenliefde is letterlijk het afzetten van de eigen geur op jou, namelijk kopjes geven. Totaal eigenbelang, want het is een territoriaal ding. Ze ‘praten’ ook tegen je, meestal rond voertijd. Logisch, want katten hebben dit talent speciaal ontwikkeld om iets te krijgen van mensen, wilde katten doen het niet. Ze komen op schoot liggen. Tja, ze zijn dol op warmte en jij bent een aangename 37 graden. Hang een mandje aan de verwarming en je bent zo ingeruild.

Katten kunnen er niet zo veel aan doen overigens. Als solitaire dieren hebben ze totaal geen belang bij het samenleven met andere wezens. Stop twee vreemde katten in een huis en kijk wat er gebeurt… Nee, de baasjes, die kunnen er wél wat aan doen. Telkens als ik het slachtoffer ben van een kat, wordt er namelijk om gelachen. Ze zijn zo eigenzinnig! Nee, jouw miniroofdier valt mij aan zonder reden en ik bloed. HA-HA.

Ik groeide op met katten, als kind was ik zelfs totaal geobsedeerd door ze. Ik kwam echter van een koude, pijnlijke, kermis thuis en tegen de tijd dat ik zeven was, verkoos ik honden. Je weet wel, dieren die van nature aandacht en gezelschap nodig hebben. Sociale dieren, die ook iets voor jou doen en daadwerkelijk van je houden.

Er is één scenario waarin ik katten aangenaam vind. Op een afstandje, zodat ik ze kan observeren. Want, klootzak daar gelaten, ze zijn fascinerend en vaak heel komisch. Ik ben ook helemaal niet uit op een verbod op katten en zal zeker de vogeltjes er niet bij halen. Maar als ik bij jou op visite kom en jouw kat springt op mijn schoot met net niet ingetrokken nageltjes, niet zeiken als ik hem onmiddellijk van mijn schoot werk en dit het komende uur blijf herhalen. Als ik het een uur uithou.