Een nieuwe burgemeester…

Door: Gerrit Mollema

Een nieuwe burgemeester…

Lars Voskuil kan enige moed niet worden ontzegd nu hij is neergestreken als opvolger van Hetty Hafkamp die een moeilijke laatste termijn beleefde. Hoe in een paar decennia het imago van de eerste burger – in Bergen maar ook elders – afbladderde.

Begin jaren zeventig was Sim Visser burgemeester van Den Helder. Dat was een rustig bestaan. Hij knipte eens een lint door, legde soms een eerste steen en toog van tijd tot tijd met een bos bloemen en een taart naar een echtpaar dat 50 jaar getrouwd was (daar had je in die periode nog niet zoveel van). En hij zat natuurlijk de gemeenteraad voor. Een keer in de week mocht ik als jonge leerling-journalist van het toen nog onafhankelijke katholieke Noordhollands Dagblad samen met een veel oudere collega van de Helderse Krant aan het eind van de middag aanschuiven bij de burgemeester op zijn werkkamer. De bode bracht een biertje – soms twee – en de burrie deelde dan de besluiten mee die het college die ochtend had genomen. Zonder persvoorlichter en spindoctor. Was ook niet nodig, het waren de nadagen van de wederopbouw en beslissingen stuitten bijna nooit op verzet.

Dat kwam ook omdat de wereld er nog overzichtelijk uitzag. Je had de protestanten (ARP en CHU), de katholieken (KVP), de sociaal-democraten (PvdA) en de liberalen (VVD) en die partijen vaardigden allemaal een wethouder af voor het college, waardoor zaken al beklonken waren voor ze in de raad kwamen. Goed, de lokale dorpsgek had ook een zetel weten te bemachtigen, maar die werd door vrijwel iedereen en zeker door de raadsvoorzitter genegeerd.

Iemand die het nog makkelijker had was Jacob van Reenen. Hij was burgemeester van onze gemeente in het begin van de vorige eeuw. Maar hij was tevens heer van Bergen, zijn burgers waren ook een beetje zijn onderdanen. Dus kon hij besturen als een soort verlicht despoot, waar we overigens wel Bergen aan Zee aan te danken hebben. Ook apart: hij werd opgevolgd door zijn zoon, een privilege dat in het landsbestuur tegenwoordig alleen nog is gegund aan de koninklijke familie.
Latere burgemeesters van de heerlijkheid had-den minder ruimte, maar werden nog steeds niet opgejaagd door de burgerij. Toen de kunstminnende Lo de Ruiter het leegstaande Kranenburgh tijdelijk beschikbaar stelde aan kunstenares Ans Wortel, die het later verdomde om het pand weer te verlaten, ontstond er wat gemor, maar daar bleef het bij.

Zijn opvolger Jan Ritsema lag vaak in de clinch met de plaatselijke horeca over sluitingstijden – zijn kinderen waren tot zijn verdriet nogal enthousiaste bezoekers van plaatselijke etablissementen waar allerlei pretmiddelen werden geconsumeerd. Er werd over hem geklaagd in de kroegen maar dat was het dan.
Opnieuw omdat de verzuiling nog deels intact was. Daar kwam tegen het eind van de vorige eeuw een eind aan en dat leidde tot de oprichting van allerlei politieke clubjes die bij wijze van spreken Bergen Voor Jezelf en Ik En Ber heetten. Ze lieten zich niet meer door een ideologie inspireren maar door lokale heikele kwesties waarover ze elkaar de tent uitvochten. Ze splitsten, begonnen weer wat nieuws en het beleid van de ene raad werd na verkiezingen door de volgende teruggedraaid. Waardoor plannen jaren werden platgelegd, het resultaat zien we nog steeds in het centrum.

In deze eeuw werden al die fracties ook nog eens opgejut door boze burgers die de sociale media hadden gevonden om hun afkeuring over van alles en nog wat uit te venten, en dat alles het liefst zo grof mogelijk. Burgemeester Hetty Hafkamp kreeg daar volop mee te maken. De officiële aanspreektitel ‘weledelgestrenge mevrouw’ werd vervangen door termen als ‘de heks van het gemeentehuis’, ‘maffiosi’ en natuurlijk ‘nazi’, want je moet nooit een kans laten lopen om WOII er met de haren bij te slepen.

Nu mag Lars Voskuil aan de bak. En hij kan zijn borst nat maken, want er zijn straks weer raadsverkiezingen en er is alweer een nieuwe partij aangekondigd. Waardoor er allerlei strubbelingen kunnen ontstaan. Zulke dingen gebeurden niet in de tijd van Sim Visser. Toen mijn collega van de Helderse Krant tijdens een van onze wekelijkse sessies eens aan hem vroeg wat hij vond van de gemeenteraad, boog hij zich voorover en bromde: ‘Ach heren, een onschuldige aangelegenheid…’

Het is te hopen dat de zenuwachtige samenleving van dit decennium een beetje tot rust komt waardoor Voskuil over een tijdje niet tegen verslaggevers hoeft te zeggen: ‘Ach heren, was ik maar een halve eeuw eerder geboren…’

Het artikel is ook te lezen in de gedrukte najaars/Kunst10Daagse editie van deze week.