Cyberaanval…

Door: Eric Winder

Cyberaanval…

De zon knalde laag mijn caravan binnen en het begon te regenen. Tijd voor de regenboog. Ik liep naar buiten en zag een dubbele boog die heel Koedijk omspande. “Prachtig” klonk het. Stef stond bovenop zijn camper, zijn handen gespreid. Hij zag eruit als Jezus. Verlicht door de laaghangende zon met donkergrijze regenwolken op de achtergrond, schreeuwde hij: “Het eind der tijden is nabij.”

Hij moest erom lachen, kennelijk had hij weer een jointje gerookt. Ik stak mijn duim op en liep door naar de kantine, ik had wel trek in een ‘Stoked’, een lokaal Bergens biertje. Karel, de eigenaar, zat op de bank, druk in de weer met zijn mobieltje. Tegenover hem zat André. Die was ook druk met zijn mobieltje. “Heel facebook ligt plat”, zei hij, “Instagram, Whatsapp, alles.” “En hier”, zei Karel,”ook de banken liggen eruit, Tele-2, rijksoverheid, DigiD, Ziggo.” “Wat is er aan de hand?” vroeg ik. “Cyber-aanval!” zei Karel en ging verder met zijn mobiel.

“Ook Schiphol ligt plat, de vliegtuigen kunnen niet meer landen. Wat een teringzooi. En hier, ook Netflix ligt eruit. Dat zullen de mensen niet zo leuk vinden.” Ik besloot maar weer naar mijn caravan te gaan: bier bestellen tijdens een cyberaanval zat er kennelijk niet in. Op mijn weg terug viel het me op dat er meer vliegtuigen waren dan gewoonlijk. Ze vlogen laag met hun alarmlichten aan. Ik telde er minstens veertien. “Het zou toch niet waar zijn?” dacht ik, “ze kunnen niet landen en nu raakt de kerosine op. Die gaan straks neerstorten.” Ik versnelde mijn pas en terug in mijn caravan googelde ik ‘storingen’.

Het was waar: alles lag plat, Schiphol, de rijksoverheid, de banken, alles. Twee dagen geleden las ik in het AD dat we rekening moesten houden met een cyberaanval. En dat gebeurde nu dus, op dit moment. De oorlog was begonnen. Ik moest de mensen waarschuwen. “Cyberaanval” riep ik en klopte op de deur van Stef, “Je had gelijk, het einde is nabij, de dag des oordeels in aangebroken.” Stef stak zijn hoofd uit het raam van zijn camper: “Kom binnen,” zei hij. Hij had nog een kleine transistorradio, konden we daarop het nieuws volgen. Vol spanning luisterden we naar de radio. Na dik een kwartier met alleen maar stompzinnige reclames hielden we het voor gezien. Cyberaanval oké, maar die reclames zijn niet te harden. “Biertje dan maar?” vroeg Stef. “Top,” zei ik. De radio ging uit en zo zaten we daar in zijn camper. “Het zijn vast de Noord-Koreanen,” zei Stef. “Zou best kunnen”, antwoordde ik en opende mijn bier. Dit was de dag des oordeels, alles zou aan het licht komen. Zeker weten.

Eric