Bergenaren in de media: necrologie Michael Valeton

Hij bleef trouw aan de schrijvers...

Bergenaren in de media: necrologie Michael Valeton

Daar staat hij dan, de jonge boekhandelaar, „nieuw jasje, dasje, gepoetste schoenen en een gereedstaande beroepssmile. Het is midden in het seizoen, het dorp staat bol van de toeristen, dus: kom op!” De 27-jarige Michael Valeton is vastberaden om van zijn nieuwe werkplek een succes te maken.

Foto: Michael Valeton met dichter Klaas Vondeling bij de Eerste Bergensche Boekhandel, in 1987. 

Op die zomerse maandag in 1959 blijkt echter al gauw dat de Eerste Bergensche Boekhandel, die Valeton tegen een voordelige lening kon overnemen na een reddingsactie door vier Amsterdamse uitgevers, niet meer de vanzelfsprekende trekpleister is die de locatie en de voorgeschiedenis doen vermoeden. De winkel bestaat sinds 1910, en Bergen, het dorp „waar kunstenaars zich prettig voelen”, bracht eerder schrijvers als Nescio, E. du Perron en A. Roland Holst binnen als vaste klanten, maar die oude garde is anno 1959 „al flink uitgedund”, aldus Valeton in zijn boekje met losse herinneringen.

Het pand is vervuild, de boekenvoorraad is een chaos en er ligt voor decennia aan verstofte kantoorartikelen. Die interesseren Valeton niet: hij wil literatuur verkopen, poëzie en proza van hoge kwaliteit. Géén sportboeken, géén strips. Immers: „Boeken zijn niet alleen stapels papier met drukinkt, het zijn geen opslagplaatsen van letters of woorden. Ze zijn machtig. Ze kunnen tot oorlog leiden en vrede bewerkstelligen.” Veertig jaar lang zal Valeton zich met hart en ziel blijven inzetten voor dat wonderlijke „verbond tussen schrijver en lezer”.
Op hetzelfde adres aan de Oude Prinsweg speelt zich ook zijn privéleven af: hij woont boven de zaak met zijn vrouw Tineke Binkhorst, met wie hij vanuit Nijmegen naar Bergen is gekomen, dochter Barbara (1962) en zoon Alexander (1964). Barbara: „Mijn geboorte viel tijdens de Kinderboekenweek, dus toen liep mijn vader net met een stoet schoolkinderen door het dorp. Hij stond zes dagen per week in de winkel, en het was niet de bedoeling dat wij daar zomaar kwamen ronddrentelen. Rond half zeven kwam hij naar boven, en dan was hij er ook echt. Na het eten las hij ons voor, goede kinderboeken van Tonke Dragt en Thea Beckmann. Verhalen waar je even moeite voor moest doen, en waarin de hoofdpersoon allerlei obstakels moest overwinnen. Dat paste bij mijn vader. Televisie vond hij niks, dat was ‘leegloop’.”  Alexander: „Mijn vader was erg met ons begaan, maar hij wist niet goed hoe hij dat moest uiten. Hij was zelf kil opgevoed. Sport vond hij stom, dus met de uitslagen van mijn hockeywedstrijden hoefde ik hem niet lastig te vallen – hij voerde liever een serieus gesprek.”

Terwijl hij gestaag voortbouwde aan een nieuwe cliëntèle van lezers en kunstenaars als Lucebert, begon Valeton ook met het organiseren van Literaire Avonden in café-restaurant De Rustende Jager. Harry Mulisch beet in maart 1960 het spits af voor 125 belangstellenden – entree één gulden – en een traditie was geboren. In 1963 trakteerde Jan Wolkers het publiek op enkele ‘pikante scènes’ uit zijn verhalenbundel Gesponnen Suiker: er waren weglopers en boeroepers, het gemeentebestuur sprak er schande van, maar Valeton weigerde zijn excuses aan te bieden en haalde prompt de landelijke media als verdediger van het vrije woord. Bergen stond weer op de kaart als literaire bestemming.

„Het sympathieke was: het publiek kocht een seizoensabonnement zonder dat ze wisten wie er zouden optreden”, vertelt Adriaan van Dis. „Beginners en bekende namen kregen een gelijke kans.” Van Dis kocht als kind kleurpotloden bij Valetons voorganger en houdt zijn boeken nog altijd graag in Bergen ten doop. Hij herinnert zich Valeton als een „moedige, waardige man”, trouw aan de schrijvers en trouw aan zijn eigen smaak. „Géén Baantjer”, zegt Van Dis. „Daar plaagde ik hem weleens mee. Maar een beetje snobisme hoort bij het vak.” Een paar keer wist Valeton grote buitenlandse namen naar Bergen te halen: acteur Peter Ustinov (auteur van een „vrij onbenullig” boek over God en de Duivel, aldus Valeton), A.B. Yehoshua, Marilyn French. Maar de meeste aandacht bleef uitgaan naar Nederlandstalige schrijvers en dichters.

Op een boekenbeurs eind jaren tachtig maakte Valeton kennis met literair organisator Umtul Kiekens, die later zijn tweede vrouw zou worden. „Hij was consciëntieus en echt geïnteresseerd, ook in het aanbod van kleine uitgeverijen”, vertelt ze. „Ik kon hem helpen bij de organisatie van de uitreiking van de A. Roland Holstprijs.” Als voorzitter van het stichtingsbestuur bedacht Valeton ook om de voormalige woning van de Bergense dichter als werkplek voor schrijvers en dichters in te richten.
Na zijn pensionering in 1999 hield Valeton de gretige potentiële kopers van het pand van zich af; het moest een boekhandel blijven. In Karien Hilbers en Thomas Swinkels vond hij twee bevlogen opvolgers. Het boekenparadijsje bestaat nog.

Dit artikel is geschreven door Sandra Heerma van Voss en verscheen eerder op 4 september 2021 bij NRC Handelsblad.