30-11-2017 11:52

Schoorelaar Kees Ketting presenteert zijn pas gepubliceerde boek 'Blaak 40'

Het verhaal: Anti-kraak is een wereld voor iedereen

Jon, als verloren zoon arm en moe teruggekeerd van Europese reizen, heeft behoefte aan alledaagse dingen, normaliteit. Een baan, een vrouw, een huis. Rotterdam past daarbij.


Sinds 2015 werkt Kees vanuit zijn woonplaats Schoorl aan nieuwe verhalen.

Zijn nieuwe thuis, een voormalig bankgebouw aan de Blaak, biedt onderdak aan zijn gedachten, verlangens en huisraad. Een lukraak gevormde groep jongeren verwordt er in korte tijd tot een mini- kosmos met alle facetten van het leven als onder een loep bekeken. Letterlijk. In 25 hoofdstukken, vernoemd naar de in het unieke pand passerende “huisgenoten”, wordt duidelijk hoe bijzonder gewoon geluk eigenlijk is.

Over de auteur

De auteur (Bleiswijk, 1973) studeerde o.a. aan de faculteit Social Science van de John Moores University in Liverpool en werkte als organisatieadviseur in Nederland, België en Oost- Europa. Hij spreekt 5 talen, maar uit zich literair hoofdzakelijk in het Nederlands, naar eigen zeggen 'de enige ware optie.' In 2002 schreef hij “Ben in Benin”, over zijn tijd in Afrika. De dichtbundel “Jongensdromen” volgde in 2004. Sinds 2015 werkt hij vanuit zijn woonplaats Schoorl aan nieuwe verhalen.

Fragment uit het boek

'Ik hou van je.' Hij bewoog zijn vinger op en neer en keek ernaar, alsof het een prestatie was. Het was weer zover. Aan de manier waarop ze hem niet aankeek, kon hij afleiden, dat ze zou doen of er niets gebeurd was. Of ze niet samen naar de film waren geweest, handjes hadden vastgehouden en als twee verliefde tieners tijdens de pauze weg waren gegaan en op weg naar huis domweg een hotel binnen gestapt, gedaan alsof ze er een kamer hadden en de eerste de beste open deur waren binnen gegaan. Voor een uurtje.

'Al zou je de gebruiksaanwijzing van een wasmachine voorlezen, ik hou van je stem.'

Thuis had hij weer aangedrongen, wilde de avond bezegelen, voor eens naast haar wakker worden en kunnen zeggen: zie je wel.

Hij probeerde het anders.

'Hoe gaat het met je?'

Had hij het maar op tape, dan zou 'ie het onder haar neus wrijven: Zo. Dat ben jij, en dat ik. Daar liggen we samen, naakt, op de grond van dit gebouw, één te zijn. Dat was eergisteren.

'Goed, wel.' Ze keek hem nog altijd niet aan en legde een spijkerjasje in de kast. Plots draaide ze zich om en keek hem in de ogen. Koel.

'Kan ik je ergens mee helpen?'

Een ex-vriendin had hem eens gezegd dat hij maar chagrijnig moest doen in zijn eigen tijd: dat ze na een lange dag werken geen zin had om Jons boos-zijn ook nog op te lossen. Waarop ze zijn ex-vriendin werd.

'Heb je een tweelingzus?'

Een flauwe glimlach.

'Luister je wel wat ik zeg?' Jon zocht naar een weg, een dialoog, maar alles was moe en zwaar. Zelfs nadenken deed pijn... Hij herhaalde zijn liefdesuiting.

'Ik... het spijt me.' Het klonk echt.

Blaak 40, Kees Ketting

 

Deel deze pagina